Woensdag 4 juni - Haaren (kasteel Nemerlaer)
'Wie schrijft, die blijft'. Deze woorden hangen op het briefje aan de deur
van de kamer waar ik vannacht slaap. Het is niet zomaar een kamertje, maar
hét schrijverskamertje van Kasteel Nemerlaer.
Ik zit op het bed en kijk om me heen. Er staat niet meer dan een zware
houten tafel en een stoel, een kledingkast en een bed. Ik voel me erg
vereerd dat ík hier vannacht in dit zachte bed mag liggen en niet beneden
bij de rest in de kleder op een luchtbed of buiten in een tent met het
gezelschap van een heleboel muggen.
Geheim
Op dit bed hebben al vele schrijvers gelegen. Deze torenkamer wordt
namelijk verhuurd aan schrijvers. Aan die tafel hebben ze de laatste hand
aan misschien wel hun eerste roman gelegd. De kasteeldame wil me niet
vertellen wíe deze schrijvers dan waren. Ze heeft namelijk met de
uitgevers afgesproken dat dat geheim blijft. Ik zit dus en fantaseer. Op
deze houten planken hebben hun blote voeten gestaan, misschien net als ik
rondlopend door deze ruimte en kijkend naar de geschilderde bomen in
zwart-wit op de muren. Door dit raam hebben hun ogen rust gevonden in de
bomen buiten. Het is stil hier. Het zal wel het geluid van inspiratie
zijn. Ik hoor niet eens meer het zachte 'Awayawa' dat tot vervelens toe
maar in mijn hoofd blijft hangen. Geen Irakees geknip met vingers, op een
manier die ik nog steeds niet doorheb maar ik wel graag wil leren. Geen
Arabische ringtones in mobieltjes die afgaan. Geen 'Can I watch while you
are working?'. Geen accordeongeluiden, getrommel of het kraken van het
schommelschip.
'Raar geval'
Dinsdag sprak ik met een leerlinge van het Durendael College in Oisterwijk.
Ze vond het maar een raar geval, dat Awayawa-schip. Toen ze er eenmaal op
zat vond ze het 'net een uitstapje met de familie'. De meiden schommelden
alleen niet zo hard, en we vergaten per ongeluk ook nog een afslag te
nemen. Gevolg: een lange file op een doorgaande weg waar we eigenlijk niet
mochten rijden. En een aantal misselijke meisjes, waaronder ik omdat ik
achterop het schip zat mee te schommelen met mijn ogen strak gericht op de
camera in plaats van in de verte.
Van Amir uit Afghanistan kreeg ik zijn mobieltje in mijn handen gedrukt.
Zijn vriend aan de andere kant van de lijn vroeg wat we allemaal aan het
doen zijn. Hij miste Amir namelijk écht daar in het asielzoekerscentrum.
Amir is nu een half jaar in Nederland. Hij vindt het niet zo leuk in het
AZC. Hij mist zijn familie en zijn vrienden. Hij mag niet werken en niet
naar school omdat hij nog geen verblijfsvergunning heeft. Daarom doet hij
klusjes in het kamp. Dat hij met mij en de andere vrouwen die mee gaan met
Awayawa op een relaxte manier kan kletsen vindt hij erg bijzonder. In het
AZC is het not done om met een van de moslimvrouwen op deze manier contact
te hebben. Andere mannen vragen dan meteen waarom hij dat doet en wat hij
van de vrouwen wil.
Bijzonder eigenlijk, dat mensen op zoveel verschillende manieren met
elkaar omgaan. Het valt me namelijk ook op dat de Irakese jongens enorm
veel lichamelijk contact maken met elkaar. Ze schudden handen, slaan op
schouders en dansen om elkaar heen zoals in Nederland alleen stappende
vrouwen op een podium in een danstent met elkaar doen. Om op te vallen bij
de Nederlandse mannen in het café.
Nu ik hier dus in mijn torenkamertje zit, spoken Amirs woorden over
contact maken wel een beetje door mijn hoofd. Waarom kan ik wél met een
gerust hart een van de klussers een klop op zijn schouder geven en
schunnige grappen maken, en denk ik er anders over bij de vluchtelingen
hier? Het blijft natuurlijk werk, en ik wil geen verkeerde verwachtingen
scheppen, maar ik ben ook gewoon Marieke. Ik leer dus naast 'ja' ook 'nee'
in het Arabisch en blijf maar gewoon meedoen met vingers knippen,
buikdansen en schommelen.
Door Marieke van Riel - Omroep Brabant
Links:
|
|

Awayawa bij de start in Hilvarenbeek

Awayawa te gast bij Kasteel Nemerlaer

Sokken drogen ...

Bivak in het kasteelpark
|